Onze onderwijsfilosofie
 

In de grondvorm stamt ons onderwijs nog uit de tijd, dat door de industriële revolutie medewerkers werden gevraagd die routinematige handelingen konden uitvoeren (lopende band), niet hoefden samen te werken, opdrachten konden uitvoeren en geen invulling hoefden te geven aan vrije tijd (want die was er niet).

Onze huidige tijd wordt daarentegen gekenmerkt door heel andere zaken. Er is sprake van een hoge mate van individualisme, er is een veelheid aan informatiestromen en de wereld komt met steeds meer kracht en verscheidenheid ons huis en ons leven binnen. Bij velen zijn geen vaststaande normen en waarden meer aanwezig en we zien dat de wereld fragmentariseert en de sociale controle vaak broos is. Daarom vraagt deze tijd een ander soort onderwijs. Anders dan wij als volwassenen vaak gewend zijn. Daarnaast geloven we dat God ieder mens uniek heeft gemaakt, met eigen talenten en mogelijkheden. In ons onderwijs willen we daar meer ruimte aan geven.

Dit vraagt van ons:
• de vaardigheid om voortdurend keuzes te maken;
• sterke fundamenten, beproefde waarden en normen;
• vaardigheden én parate kennis (bronnen weten te vinden en te onderzoeken);
• kritisch kunnen denken;
• om kunnen gaan met nieuwe media;
• creatieve oplossingen weten te bedenken;
• sociale competenties (bijvoorbeeld: kunnen samenwerken);
• inzicht in eigen vaardigheden, kennis en karakter;
• kunnen reflecteren op eigen handelen. 

 

Hoe geven we dat gestalte?
 

Kinderen worden bij ons uitgedaagd tot eigen initiatieven en het dragen van verantwoordelijkheid. Er is een gezonde mate van keuzevrijheid, die gepaard gaat met het afleggen van rekenschap. Talenten worden aangesproken en ontwikkeld. Het vermogen te leren, te ontdekken en die kennis en vaardigheden toe te passen in nieuwe situaties, krijgt de ruimte. Kinderen worden daartoe in de gelegenheid gesteld door verschillende werkvormen.

De kinderen werken met een handig systeem van planborden, die in de groepsruimten aanwezig zijn. Ze leren spelenderwijs keuzes te maken en te plannen. Kinderen die meer structuur nodig hebben, worden hierin begeleid. De kinderen krijgen, naarmate ze ouder worden, meer inbreng waar het gaat om de indeling van hun ochtendprogramma.
Begeleiders helpen de kinderen vooral in kleinere groepen of individueel, maar er zijn vanzelfsprekend ook momenten met de hele groep. In de dag- en weekplanning hebben de begeleiders momenten aangegeven wanneer zij bepaalde kinderen instructie gaan geven of observaties uitvoeren .

We hebben gekozen minder fragmentarisch te werk te gaan. Dat betekent, dat we uit het traditionele basisschoolprogramma veel versnipperde onderwerpen hebben weggelaten. We hebben ontdekt dat minder echt meer betekent!
Daartegenover staat, dat we met de kinderen veel meer 'de diepte' in gaan. Als wij met een onderwerp bezig zijn, dan zijn we daar ook goed mee bezig: intensief, op vele manieren, aansluitend op verschillende leerstijlen van kinderen, met wisselend inbreng van kinderen, medewerkers en van ouders en andere experts.

Het onderwijs is niet langer een kwestie van leren door hoofdzakelijk te werken vanuit boeken, maar ook door te doen. Er worden daarom ook activiteiten opgezet, waarbij de kinderen, veelal samenwerkend, ervaringen opdoen en werkend/spelend leren.
Kinderen leren altijd en overal. Themareizen (excursies), zowel in de directe omgeving van de school als wat verder weg, komen daarom geregeld voor. Ook wordt veel gebruik gemaakt van moderne mediatechnieken. In de school bouwen we aan een verscheidenheid aan materialen, die ingezet worden bij het leren.

Ondernemerschap, actief zoeken naar nieuwe kennis en toepassingen die kunnen bijdragen aan een betere school, zullen we een plaats geven in onze agenda. Gezien het gegeven, dat de overheid en maatschappij veel verwachtingen hebben van de school als het medicijn tegen een veelheid aan maatschappelijke misstanden, toetsen we die door anderen gewenste vernieuwingen steeds aan onze ankerpunten.

Binnen het onderwijs zoeken we nadrukkelijk naar manieren om kinderen op een gezonde manier verantwoordelijkheid te leren dragen. Oudere kinderen helpen jongere kinderen. Dat gebeurt al in de onderbouw. Ook kinderen van de midden- of bovenbouwunit helpen jongere kinderen met bijvoorbeeld het leesonderwijs. Op onze open dagen vervullen kinderen een gewaardeerde rol als gids.
Kinderen zitten niet slechts te luisteren naar de begeleider als de bron van informatie, maar maken keuzes, reflecteren op hun werk, werken samen, zoeken informatie op, gebruiken computers, beschrijven wat ze hebben geleerd, werken aan presentaties en interviewen mensen.

Het team van het SchatRijk heeft vanaf de start gekozen voor gemengde groepen. Later zijn daar ook homogene groepen bij gekomen. Daarom komt u de volgende groepen tegen:

a. Twee groepen 1/2. In deze groepen starten ook de instromers die net vier jaar zijn geworden. Zij gaan leren en ontdekken in het nieuwe speelwerklokaal. Dit lokaal wordt grotendeels op hun behoeften afgestemd en is ruim van opzet.

b. Een groep 3. De begeleiders van deze groep werken nauw samen met die van groepen 1/2. De kinderen rouleren over de drie verschillende onderbouwlokalen, die als reken-, taal- en thema-atelier zijn ingericht.

c. Twee groepen 4/5. De begeleiders van deze groepen werken ook nauw met elkaar samen. De een zal bijvoorbeeld de rekeninstructies voor haar rekening nemen, terwijl de ander dat doet met spelling en taal. Dit betekent dat ook de kinderen van deze twee groepen veel met elkaar samenwerken. Ze zullen gezamenlijk aan thema’s werken, kleinere projecten uitvoeren en gezamenlijke groepsmomenten hebben om bijvoorbeeld te zingen. Het programma van deze groepen loopt gelijk op.

d. Een groep 6/7. 
e. Een groep 7/8. Net als in de middenbouw zullen de twee begeleiders van de bovenbouw groepen veel met elkaar samenwerken en alle activiteiten samen voorbereiden.